Bezocht | Hoe politieonderzoek bijdraagt aan de politie van morgen

0

Op 9 april werd alweer de derde editie van de jaarlijkse conferentie “Beleid, praktijk en wetenschap in dialoog over de politie” gehouden. In totaal werden 31 dialoogsessies gegeven waarin in- en externe onderzoekers en politiemensen recent en lopend onderzoek presenteerden en daarover in dialoog gingen. Barbara van Caem brengt verslag uit.

Minister Grapperhaus pleitte bij de aftrap van de conferentie voor meer onderzoek met de politie. Liesbeth Huyzer (lid van de korpsleiding) gaf aan dat de tijd daar rijp voor is nu de politie haar kennisbehoefte helder in beeld heeft. Ze riep op de kloof tussen onderzoek en praktijk te verkleinen en de bruikbaarheid te vergroten met kennis die beter aansluit bij de onderzoeksagenda van de politie. Dagvoorzitter Edwin Bakker verzuchtte dat het jammer was dat hij maar vier dialoogsessies kon bezoeken, terwijl hij liefst naar alle 31 had willen gaan. Dit lot trof mij ook, maar ik neem jullie graag mee in de resultante van mijn keuze.

Dynamisch hypothesemodel voor rechercheteams

Ik ben begonnen met “Design Science onderzoek naar de opsporing” gegeven door twee promovendi, tevens rechercheur bij de Landelijke Eenheid. Zij zochten vanuit praktijkkennis naar een wetenschappelijke methode om opsporingsonderzoeken beter te structureren en kwamen uit bij ontwerpgericht onderzoek. Opsporingsonderzoeken starten vaak overzichtelijk, maar worden al snel complex naar mate diverse onderzoekslijnen worden ingezet. Er is een ‘vuurwerkshow’ aan informatie en het wordt heel moeilijk te bepalen wat nog relevant is.

Karen Michiels en Coen Visser ontwierpen een dynamisch hypothesemodel dat rechercheteams helpt om zelf – in een discussie rond het model – te komen tot een gedeeld beeld over wat er aan de hand is; welk verhaal wordt het beste ondersteund door het verzamelde bewijsmateriaal. Uittesten bij twintig rechercheonderzoeken toonde aan dat het model helpt om de stand van zaken van een opsporingsonderzoek op elk moment te visualiseren en op basis daarvan vervolgstappen te bepalen. In de discussie die volgde werd wel de vraag gesteld of de opsporing leed aan een gebrek aan methoden om de onderzoeken te structureren of aan een gebrek aan gebruik daarvan.

Politiemedewerker in de Bijlmer

Mijn tweede keuze is gevallen op “De politie in diverse samenlevingen”, een combinatiesessie van onderzoek van de afdeling analyse en onderzoek (A&O) Eenheid Amsterdam, de teamchef van basisteam Bijlmermeer en onderzoekbureau Beke. Tegelijkertijd deden zij onderzoek in de Bijlmer. Ik licht het onderzoek van A&O naar de beleving van de politiemedewerkers eruit. Hoe ervaren zij de 176 nationaliteiten in hun wijk en de verhouding tussen politie en burgers? Het zou daar namelijk crisis zijn tussen politie en burgers; een hele witte politie in zwarte wijk, hoe kan dat dan werken?

Sandra ter Woerds en Valerie Peeck vroegen het een dwarsdoorsnede van het basisteam. Wat blijkt, deze politiemensen houden van de Bijlmer, ze willen er niet weg, zijn juist heel trots op hun werk en kunnen het goed vinden met de bevolking. Ondanks het vele geweld en de typische Bijlmerproblematiek zoals veel eenouder gezinnen, harde opvoeding en wantrouwen in de politie van sommige bevolkingsgroepen werkt men er graag: er gebeurt van alles, het werk is intens en je kan voor de volle breedte van het politievak aan de slag.

Er volgde een discussie over beide onderzoeken, aan de ene kant meer rondom de problematiek van etnisch profileren en daartegenover het verhaal van de politiemensen zelf. Het zijn twee kanten van een medaille, waarin de beleving van de werkvloer wat vaker aan bod mag komen.

Een tool voor risico-taxatie

De laatste twee workshops heb ik me mee laten voeren in de verbijsterende wereld van big data, algoritmen en artificial intelligence. Politie en universiteiten werken hier samen en staan al met één been in de toekomst. Mieke Struik (analist taskforce vreemdelingen en migratiecriminaliteit politie) en Jeffrey Seij (onderzoeker aan de Erasmus universiteit) ontwikkelden samen een het risico-taxatie instrument asielzoekers. Dit helpt bij de eerste identificatie en registratie van asielzoekers voorspellen wie later opnieuw in contact zal komen met de politie, als verdachte of als slachtoffer. Zo kun je vroegtijdig kwaadwillenden en kwetsbaren onderkennen. Jeffrey keek vooral naar de randvoorwaarden van succesvolle implementatie van een dergelijke tool en constateert onder andere dat de eindgebruiker van begin af aan bij de ontwikkeling betrokken moet zijn. Hij voorspelt dat data gedreven politiewerk de toekomst van de politie is, mits genoeg aandacht geven wordt aan bijbehorende organisatieverandering.

Artificiële intelligentie bij aangiften

Mindblowing was vervolgens de sessie met Ron Boelsma, kennis- en innovatiemakelaar van de Landelijke Eenheid en Dennis de Kool, onderzoeker Erasmus universiteit. Zij belichtten één van zeven onderzoeken naar toepassing van artificial intelligence bij de politie door een groep promovendi van diverse universiteiten, de sociale impact van het gebruik van artificial intelligence bij de aangifte. Artificial intelligence wordt ingezet bij digitale aangiften om te destilleren of het verhaal van de burger een strafbaar feit oplevert en om bij hiaten vragen te stellen om het verhaal compleet te maken.

AI leert van elke nieuwe aangifte en wordt steeds beter. Nu wordt alles nog gecontroleerd en gecorrigeerd door mensen. Straks neemt de computer het leeuwendeel van de aangifte geheel zelfstandig op en dat levert tijd voor politiemensen om meer aandacht aan de mensen te besteden. In potentie gaat artificial intelligence straks alle analysetaken voor ons invullen in een complementaire inzet van mens en machine. De grote uitdaging wordt ons eigen verandermanagement, zodat we eruit kunnen halen wat mogelijk is met oog voor de risico’s.

Na een enerverende paneldiscussie over zin en onzin van bestaand en toekomstig onderzoek naar het drugsprobleem in Nederland sloot Leon Kuijs van organisator Politieacademie de conferentie af. Hij was blij met de nieuwe onderzoeksagenda en wees op het belang van een goede programmering.

Reageer