De inzet van familierechercheurs tijdens de ramp met de MH17

0

Op donderdag 17 juli 2014 vertrekt passagiersvlucht MH17 van Malaysia Airlines vanaf Schiphol naar Kuala Lumpur. Enkele uren later verdwijnt het toestel van de radar en kort daarna wordt bekend dat het is neergestort en dat er geen overlevenden zijn. Aan boord van het vliegtuig bevonden zich 298 personen, onder wie 196 Nederlanders. De identificatie van de Nederlandse slachtoffers en het forensisch onderzoek worden uitgevoerd door het Landelijk Team Forensische Opsporing, dat een beroep doet op familierechercheurs om te helpen bij het identificeren.

De Nederlandse politie beschikt momenteel over ruim vijfhonderd rechercheurs met kennis en ervaring in de opsporing, die naast hun dagelijkse werkzaamheden specialistische ondersteuning bieden aan de opsporing vanuit hun rol als familierechercheur. Hiervoor hebben zij een opleiding gevolgd. Alle eenheden van de Nationale Politie beschikken over familierechercheurs. Deze kunnen worden ingezet bij:

  • kapitale delicten;
  • onderzoeken met een grote maatschappelijke impact;
  • rampen waarbij slachtoffers te betreuren zijn.

In de praktijk betekent dit dat familierechercheurs regelmatig worden ingezet bij een Team Grootschalige Opsporing (TGO). Om de inzet te bepalen, is het door de politie en het Openbaar Ministerie opgestelde Landelijk Raamwerk TGO (2006) richtinggevend. Hierin is bepaald dat de familierechercheur de enige is die het contact tussen familie en politie vormgeeft (zie kader met taken). Kenmerkend aan de inzet is dat een familierechercheur geen opsporingsactiviteiten verricht die de relatie met de familie onder spanning kunnen zetten. Hij (en uiteraard ook zij) wordt dan ook naast het TGO-team gepositioneerd en wordt apart van het team gebrieft en aangestuurd. Met de familierechercheur in deze rol is inmiddels veel ervaring opgedaan.

De taken van de familierechercheur

  • Vervult een liaisonfunctie tussen het onderzoeksteam van de politie, de nabestaanden en/of slachtoffers van ernstige delicten, het Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp Nederland. • Bezoekt zo spoedig mogelijk de nabestaanden/slachtoffers.
  • Zorgt dat de nabestaanden/slachtoffers weten wie hun contactpersonen bij de politie zijn, wat zij wel en niet mogen verwachten van de politie en welke vervolgstappen in het onderzoek worden genomen.
  • Zorgt voor informatie-uitwisseling met bovengenoemde partijen (binnen de geldende wet- en regelgeving), informatieverzameling ten behoeve van het onderzoek en informatieverstrekking met betrekking tot de stand van zaken van het onderzoek.
  • Legt de nabestaanden/slachtoffers uit wat de taken zijn van de familierechercheur.
  • Maakt afspraken met de nabestaanden/slachtoffers.
  • Reikt de informatiebrochure uit aan de nabestaanden/slachtoffers.
  • Brengt de relaties in kaart om:
    – duidelijkheid te verkrijgen over wie de nabestaanden/slachtoffers zijn;
    – personen te laten scannen (infodesk) in verband met risicomanagement.
  • Schept voorwaarden om te voorkomen dat de voortgang van het onderzoek wordt belemmerd.
  • Neemt tussentijds contact op met de nabestaanden/slachtoffers bij daderidentificatie of gevoeligheden omtrent de pers of het delict.
  • Verwerkt de werkopdracht in een verslag (logboek) met als inhoud:
    – resultaat van de uitgevoerde opdracht;
    – datum van uitvoering.
  • Is aanwezig op de slachtofferbijeenkomst.
  • Voert een exitgesprek met de nabestaanden/slachtoffers.

Inzet familierechercheurs bij MH17
Direct na de ramp met de MH17 roept de politie 106 familierechercheurs op en geeft ze een tweeledige taak. Ten eerste zijn de familierechercheurs gedurende het identificatieproces en het strafrechtelijke proces het aanspreekpunt voor de nabestaanden. Dit betekent dat zij fungeren als intermediair tussen enerzijds de familie en anderzijds het Landelijk Team Forensische Opsporing en het team dat onderzoek verricht naar de oorzaak van de ramp.
Ten tweede moeten de familierechercheurs zo veel mogelijk informatie over de slachtoffers verzamelen: het signalement, bijzondere kenmerken zoals tatoeages, vingerafdrukken, gebitsstatus en DNA-materiaal. Deze informatie is namelijk nodig ten behoeve van het identificatieproces. Door het internationale karakter van de zaak en de grote rol van de politiek en media moet vanaf het begin snel worden geacteerd. In de hectiek worden beslissingen genomen die invloed hebben op het proces en op de inzet van de familierechercheurs. In dit artikel wordt hierop ingegaan.

De inzet van de familierechercheurs tijdens de MH17 wijkt af van de reguliere inzet van familierechercheurs. Het feit dat de eerste prioriteit ligt bij de identificatie van de slachtoffers en niet bij het strafrechtelijke deel van het onderzoek is hier bepalend geweest. De politieke belofte dat de nabestaanden over alle nieuwe informatie zouden worden geïnformeerd voordat deze in de media zou komen, is ook van invloed geweest op het proces van de inzet van de familierechercheurs.

Onderzoek: wat kunnen we leren?
Vanwege de bijzondere omstandigheden van de ramp met de MH17 hebben de voormalige politiechef van de Landelijke Eenheid en de landelijke portefeuillehouder familierechercheurs de opdracht verstrekt om good practices te formuleren voor de inzet van familierechercheurs bij grootschalige incidenten. Zij vragen zich af of er leerpunten voor de toekomst kunnen worden getrokken uit de unieke inzet van familierechercheurs bij deze ramp.
In dit artikel gaan de auteurs daarom uit van de volgende doelstelling: ‘Inzicht krijgen in de inzet van de familierechercheurs en de samenwerking met betrokken partijen binnen de politieorganisatie bij de ramp met de MH17, om hiervan te leren voor de inzet van familierechercheurs bij toekomstige grootschalige incidenten.’ Om deze doelstelling te realiseren, is gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden: literatuuronderzoek, documentenanalyse, het bezoeken van bijeenkomsten en het afnemen van interviews (36 in totaal).
We gaan in dit artikel nader in op de bevindingen van dit onderzoek. Achtereenvolgens komen aan bod: de procedure met betrekking tot de inzet van familierechercheurs bij grootschalige incidenten, de inzet van familierechercheurs tijdens het identificatieproces, de onderlinge samenwerking tussen de betrokken partijen en de leermomenten en inzichten voor de toekomst.

Procedure inzet familierechercheurs bij grootschalige incidenten
Op het moment van de ramp met de MH17 was er geen procedure beschikbaar voor de inzet van familierechercheurs bij grootschalige incidenten. Er was wel een notitie in ontwikkeling om deze inzet te regelen, maar die was op het moment van de ramp nog niet officieel vastgesteld. Dit betekende dat voor de inzet algemene procedures zijn gehanteerd (Protocol Maatwerk van Slachtofferhulp Nederland, Openbaar Ministerie en politie in combinatie met de procedures identificatieprocessen).
Voor de rol en de taken van het Landelijk Team Forensische Opsporing in het identificatieproces was tijdens de ramp met de MH17 al wel een specifieke procedure beschikbaar. Het identificatieproces bestaat uit drie werkprocessen: Ante Mortem (AM, vóór de dood), Post Mortem (PM, na de dood) en Reconciliation (RECON). Bij AM verzamelen rechercheurs van het Landelijk Team Forensische Opsporing informatie over de slachtoffers vóór hun dood. Deze rechercheurs, verwantencontacten genoemd, voeren hiertoe gesprekken met de nabestaanden. Bij PM, het tweede (parallelle) werkproces, is er juist geen contact tussen de rechercheurs en de nabestaanden. De forensisch onderzoekers houden zich dan alleen bezig met de stoffelijke resten en zoeken naar informatie over de overleden slachtoffers. Het derde werkproces, RECON, brengt deze twee processen weer bij elkaar. Hierbij vindt de identificatie plaats.

Inzet van familierechercheurs tijdens identificatieproces
Vanwege het grote aantal slachtoffers met een Nederlandse identiteit speelt de Nederlandse politie vanaf het begin een belangrijke rol in het onderzoek naar de ramp. Na de crash start de Landelijke Eenheid een Nationale Staf Grootschalig Bijzonder Optreden (NSGBO) om alle operationele zaken op landelijk niveau te coördineren. Gezien de omvang van de ramp besluit de leiding van het Landelijk Team Forensische Opsporing hulp in te roepen van familierechercheurs. Dit is tot dan toe slechts één keer eerder gebeurd, namelijk bij de vliegtuigramp in Tripoli in 2010. Er zijn twee redenen om familierechercheurs in te zetten bij de ramp met de MH17. Ten eerste is dit specialisme goed georganiseerd, waardoor zij direct beschikbaar zijn.
Ten tweede wordt ingeschat dat het empathisch vermogen van de familierechercheurs in combinatie met hun professionele distantie goed aansluit bij het leed dat door de ramp is veroorzaakt. Voor het identificatieproces worden als gezegd 106 familierechercheurs ingezet. De verwantencontacten van het Landelijk Team Forensische Opsporing, die normaal gesproken de AM-dossiers vullen, nemen nu in de rol van AM-coördinator koppels familierechercheurs onder hun hoede en instrueren hen hoe zij de AM-dossiers dienen te vullen. Tijdens de startbijeenkomst is door het Landelijk Team Forensische Opsporing uitgelegd dat de hoofdtaak van de familierechercheurs het bijdragen aan het identificatieproces is. Behalve de familierechercheurs en het Landelijk Team Forensische Opsporing zijn ook het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs en de Landelijke Werkgroep Familierechercheurs betrokken bij de inzet van de familierechercheurs. In het volgende schema is de rolverdeling tussen de diverse partijen weergegeven.

Samenwerking tussen betrokken partijen
Volgens de familierechercheurs
Over de samenwerking en de verbondenheid tussen de betrokken politiemedewerkers zijn de familierechercheurs positief. Alle familierechercheurs geven in de interviews aan dat de directe operationele samenwerking tussen de familierechercheurs onderling en met het Landelijk Team Forensische Opsporing goed is verlopen.
In de interviews geven de familierechercheurs aan dat zij wel hebben gemerkt dat er strubbelingen waren op andere niveaus, maar dat zij daarvan geen last hebben gehad.

“Iedereen heeft zijn stinkende best gedaan. Trots om daar onderdeel van te mogen zijn. Het is ook fijn dat de politie op deze wijze weer eens op een positieve manier in beeld komt.”

Volgens Landelijk Team Forensische Opsporing
De AM-coördinatoren kijken terug op een soepele samenwerking met de meeste familierechercheurs. In de interviews geven zij aan dat de samenwerking wel even zoeken was (andere werkwijze en benadering), maar uiteindelijk vorm heeft gekregen. De samenwerking tussen het Landelijk Team Forensische Opsporing en het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs zou volgens hen beter zijn verlopen als duidelijker was geweest wat de rol, de taken en de verantwoordelijkheden zijn van het coördinatiepunt.

“Ik neem m’n petje af voor de familierechercheurs, het zijn kanjers. Het is zulk belangrijk werk. Ik ben trots op het werk dat ze verzet hebben. De koppels waar ik verantwoordelijk voor geweest ben, die waren echt perfect.”

Volgens de Landelijke Werkgroep Familierechercheurs en het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs
De Landelijke Werkgroep Familierechercheurs en het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs geven beide aan dat de samenwerking met de familierechercheurs prima was, maar zijn over de samenwerking met de andere betrokken partijen minder positief. In de toekomst zullen tussen deze partijen ook afspraken gemaakt moeten worden over rol, taken en verantwoordelijkheden ten opzichte van de inzet van familierechercheurs.

Last van onduidelijkheid in aansturing
In het schema hiervoor is te zien dat het NSGBO verantwoordelijk is voor de aansturing van het Landelijk Team Forensische Opsporing en de familierechercheurs. Dit was ten tijde van de ramp met de MH17 nieuw en in de interviews komt naar voren dat de verantwoordelijkheden en de rolverdeling niet altijd even duidelijk waren. Drie voorbeelden waarin deze onduidelijkheid tot uiting komt, worden hier kort belicht.

  • De AM-coördinatie van het Landelijk Team Forensische Opsporing had het gevoel dat het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs een extra schakel was die zich volgens haar ten onrechte met de inhoudelijke gang van zaken heeft bemoeid. Het Landelijk Team Forensische Opsporing heeft zijn eigen coördinatie en heeft in beginsel geen behoefte aan aanvullende coördinatie. Het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs daarentegen vond aanvullende coördinatie juist wel belangrijk, omdat het ging om het verbinden van de totaal verschillende werelden en werkprocessen van de familierechercheurs en de forensisch onderzoekers, die nog weinig ervaring hadden in directe samenwerking met elkaar.
  • Voor de Landelijke Werkgroep Familierechercheurs was onduidelijk aan wie zij verantwoording moest afleggen. Zij heeft tevergeefs geprobeerd duidelijk te krijgen wie welke verantwoordelijkheid had.
  • Er is gezocht naar de positionering van het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs en de informatiedeling naar de familierechercheurs toe. De familierechercheurs geven aan dat zij nog nooit zoveel informatie hebben gekregen bij een onderzoek. Naar hun mening kwam er te vaak en te snel informatie (die achteraf soms weer teruggeroepen moest worden).

Deze voorbeelden illustreren de onduidelijkheid in aansturing, die vervolgens ook de samenwerking heeft beïnvloed.

Lessons learned
De belangrijkste les is dat de inzet van familierechercheurs passend lijkt bij rampen als die met de MH17. Zaken zijn goed verlopen en de politie heeft hierover dan ook lof en positieve publiciteit gekregen. In dit artikel hebben we ons met name gericht op de interne en organisatorische samenwerking, maar in de interviews is ook gebleken dat het contact tussen familierechercheurs en nabestaanden goed en prettig is verlopen. Op basis van dit onderzoek kan daarom gesteld worden dat het nuttig is familierechercheurs in de toekomst in te zetten bij grootschalige incidenten. We willen daarom een zestal geleerde lessen meegeven.

Les 1: Duidelijkheid over de inzet familierechercheurs bij grootschalige incidenten
Allereerst moet worden besloten of familierechercheurs in de toekomst al dan niet moeten worden ingezet voor het identificatieproces bij rampen en grootschalige incidenten. Het protocol in ontwikkeling zou hierover duidelijkheid kunnen geven.

Les 2: Expliciteer de wijze van organisatie, positionering en aansturing
Indien familierechercheurs in de toekomst voor deze taak worden ingezet, is het raadzaam aandacht te besteden aan de wijze van organiseren, de positionering van de betrokken partijen en de aansturing van de familierechercheurs. Uit het onderzoek blijkt dat door onduidelijkheid hierover verschillende verwachtingen en soms ook strubbelingen ontstaan, en dat is jammer.
Qua positionering passen de familierechercheurs op uitvoeringsniveau onder het Landelijk Team Forensische Opsporing (waaronder zij ook nu zijn geschaard). Daarnaast is, zeker bij een grootschalig incident, een coördinatiepunt familierechercheurs nodig. Dit coördinatiepunt zal zich vooral moeten richten op het regelen van de randvoorwaarden van de inzet, zoals een overzicht en gegevens van de betrokken familierechercheurs, de personele zorg en emotionele steun aan de ingezette familierechercheurs. Daarbij is het van belang dat de ervaring en deskundigheid van het landelijk coördinatiepunt geborgd is in de politieorganisatie en dat hier sprake is van continuïteit.

Les 3: Bereid familierechercheurs voor op inzet bij rampen en grootschalige incidenten
Als het identificatieproces een onderdeel wordt van het werk van de familierechercheurs, dan is het wenselijk dat dit ook onderdeel van de opleiding van familierechercheurs wordt. Daarbij moet aandacht worden besteed aan de invulling van het AM-dossier en de werkwijze en de organisatie van het Landelijk Team Forensische Opsporing. Dat geldt overigens ook voor de AM-coördinatoren als zij worden ingezet als coördinator verwantencontact. Dit is wellicht een mooie kans om een deel van de opleiding samen te doorlopen en zo een inkijk te krijgen in elkaars werk.
Tijdens het identificatieproces is snelheid geboden. Om het werkproces zo optimaal mogelijk te laten verlopen, zijn de juiste middelen nodig (denk bijvoorbeeld aan een auto en een iPad). Als het internationaal mogelijk is, zou het werken met het AM-formulier makkelijker gemaakt kunnen worden door het papieren formulier te digitaliseren.

Les 4: Benut briefings en communicatie optimaal
Uit het onderzoek blijkt dat de behoefte aan informatie groot is. Een gewaardeerde good practice is het organiseren van bijeenkomsten. Zorg dat de strategische leiding vroegtijdig en goed geïnformeerd is over de inzet van de familierechercheurs. Zorg daarbij ook voor een terugkoppeling naar de direct leidinggevenden van de familierechercheurs.
Houd rekening met de vele informatiestromen in een dergelijke grote zaak. De impact van een ramp op de nabestaanden is groot. Dit kan invloed hebben op de informatiebehoefte en de relatie met de familierechercheur. Bekijk per dossier hoe informatie gekoppeld en gedoseerd gebracht kan worden aan nabestaanden.

Les 5: Investeer in samenwerking tussen betrokken partijen
Ga vroegtijdig met alle kernpartijen bij elkaar zitten om de werkwijze door te nemen en rollen, taken en verantwoordelijkheden af te stemmen en evalueer dit in een later stadium. Breng de verschillende werelden van de familierechercheurs, het Landelijk Team Forensische Opsporing, het Landelijk Coördinatiepunt Familierechercheurs en de Landelijke Werkgroep Familierechercheurs naar elkaar toe. Duidelijkheid over de rol- en taakverdeling en de verantwoordelijkheden zal blijvend aandacht behoeven.

Les 6: Mental check-up na inzet grootschalige incidenten is een must
In het kader van goed werkgeverschap is het raadzaam om een mental check-up aan te bieden aan of wellicht zelfs (semi-)verplicht te stellen voor de betrokken familierechercheurs, met name degenen die direct contact met nabestaanden hebben. In het onderzoek wordt de deze check-up door de geïnterviewde familierechercheurs waardevol genoemd.

Conclusies
De conclusie van dit onderzoek is dat de betrokken ambtenaren trots zijn op de professionele wijze waarop zij hun werk hebben uitgevoerd en gedaan tijdens het MH17-onderzoek. De familierechercheurs zijn specifiek tevreden over wat ze voor de nabestaanden hebben kunnen doen:

“Het was erg verdrietig, maar vooral ook heel dankbaar werk.”

Verder laat dit onderzoek zien dat de inzet van familierechercheurs bij grootschalige incidenten nuttig is. Met de zes geleerde lessen in het achterhoofd kan een volgende stap worden gemaakt.

Reageer