“PTSS? Een modeverschijnsel: tegenwoordig wordt alles daar aan opgehangen.”

0

Volgens mij niet. Het wordt alleen veel vaker herkend en onderkend, en gelukkig maar. Daar waar vroeger collega’s van binnen kapot gingen en van buiten alleen het disfunctioneren werd gezien. Waar situaties ontstonden van overreageren op straat en schoppen naar de leiding. Waar conflicten eindigden in functioneringstrajecten. Daar weten we dat nu vooral te voorkomen. Omdat we begrijpen dat de oorzaak van dit uiterlijk gedrag wel eens ergens anders kan liggen. Toch?

Te vaak nog niet. En dat komt omdat we er te weinig van weten. Maar misschien nog meer omdat de eigen norm in het gedrang komt. Iemand moet toch snappen dat hij zich zo niet kan gedragen? Overschrijding van fatsoensnormen is niet acceptabel, ook niet als je PTSS hebt. Daar gaan we het conflict dus over aan. En we drijven daarmee onze medewerkers met PTSS alleen maar verder de afgrond in.

Stelt u zich voor
U hebt last van zich herhalende, opdringerige herinneringen; onaangename dromen gerelateerd aan uw trauma; handelen of voelen alsof het trauma opnieuw plaatsvindt; heftige emoties of lichamelijke reacties als u eraan herinnerd wordt. U probeert alle prikkels te vermijden: gedachten en gevoelens, maar ook plaatsen, mensen, voorwerpen en situaties. U hebt moeite zich delen van de gebeurtenis te herinneren; u hebt negatieve gedachten over uzelf, anderen en de wereld (‘ik kan niemand vertrouwen’); u hebt vertekende gedachten over consequenties en oorzaak van de gebeurtenis; u hebt last van negatieve emoties als angst, afschuw, woede, schuld, schaamte; u bent niet langer geïnteresseerd in activiteiten; u voelt zich afgesneden of vervreemd van anderen; u bent niet in staat positieve emoties te ervaren. U bent prikkelbaar: u bent snel geïrriteerd; u heeft woede-uitbarstingen; u neigt naar roekeloosheid en zelfdestructief gedrag; u bent hyperalert; u hebt overdreven schrikreacties; u hebt concentratieproblemen en slaapproblemen.

Wat zou u dan willen, wat zou u nodig hebben?
In het kader van afstuderen aan de Masteropleiding Tactisch Leidinggeven heb ik onderzoek gedaan naar de rol van de teamchef in begeleiding van ziekteverzuim en re-integratie van medewerkers met PTSS. Beginpunt is: wát we aan de voorkant ook beïnvloeden – en dat is zeker heel belangrijk, want voorkomen is beter dan genezen –, er zullen altijd politiemedewerkers zijn die PTSS oplopen. Bij het herstel van PTSS speelt de steun uit de omgeving een grote rol, weten we. De politie heeft hier als werkgever een grote verantwoordelijkheid in. Een zorgvuldige bejegening vraagt iets van verschillende actoren in de politieorganisatie, en specifiek van de teamchef, die in lijn en personele zorg verantwoordelijk is voor de medewerker. Maar juist voor deze teamchef zijn maar weinig concrete handvatten te vinden over hoe om te gaan met medewerkers met PTSS. Diverse onderzoeken hebben opgeleverd dat hier echt nog te verbeteren valt. Het raakt mij als teamchef dat we het hier nog niet goed (genoeg) doen. Ik wilde dus onderzoeken hoe het beter kan. Wat is nu goede begeleiding, wat helpt om collega’s weer gezond in het werk te krijgen? Ik wilde vooral op zoek naar praktische handvatten, waar de teamchef echt mee aan de slag kan. Ik heb kwalitatief onderzoek (interviews) en theoretische inzichten hierbij gecombineerd.  Hanneke de Bruyne is de winnaar van de Politieacademie- scriptieprijs 2018 met haar thesis ‘Omgaan met PTSS, de bijdrage van de teamchef’1. De jury, Peter van Os, Peije de Meij en Pieter Tops, riepen

Hanneke ‘met overtuiging’ uit tot winnaar. De scriptie die als beste is geselecteerd bevat:

  • een beknopte en goed te volgen overzicht van de relevante ‘body of knowledge’;
  • is in zijn gekozen onderzoeksmethode goed te volgen;
  • bevat een heldere vertaling naar de praktijk van een teamchef en;
  •  is goed en overzichtelijk opgeschreven.

‘Meer kun je van een scriptie niet verwachten’, staat in het juryrapport.

Echte aandacht
De gesprekken met medewerkers hebben mij doen inzien dat PTSS echt een enorme impact heeft op het leven en op de directe omgeving van de collega. Gezinnen gaan er soms letterlijk aan kapot. Goede en tijdige hulpverlening is dus van groot belang. PTSS kan gelukkig behandeld worden, hoewel de behandeling niet bij iedereen (volledig) aanslaat en niet iedereen helpt klachtenvrij te worden. Er is meer nodig. De ervaring dat men praktisch en sociaal gesteund wordt door de directe collegiale omgeving speelt een belangrijke rol bij het herstel. Ontkenning en miskenning van ervaringen vergroten de psychosociale problemen en zorgen ervoor dat het herstel langer duurt. Zowel wetenschappelijk inzicht als de praktijkervaring wijzen op het belang van echte aandacht, empathie en een frequent contact in relatie tot herstel. Het tegenovergestelde levert op dat men zich onvoldoende gehoord en begrepen voelt. De benodigde erkenning en waardering blijft daarmee uit en de frustratie die daarover ontstaat is voedingsbodem voor conflicten, wat weer belemmerend werkt in het herstel. Je kunt het dus niet alleen overlaten aan de specialisten, als ware het een technische operatie die eerst uitgevoerd moet worden. Het vasthouden van contact in een langdurig traject lijkt in praktijk echter moeilijk te combineren met de waan van de dag in het werk. Medewerkers ervaren minder voldoende contact dan dat leidinggevenden zeggen te geven. Een verklaring hiervoor zou kunnen liggen in verschillen in de beleving van ‘voldoende’. Een medewerker heeft één teamchef, maar die ene teamchef heeft zijn aandacht te verdelen over vele medewerkers. Het instellen van een buddy kan hier mogelijk van toegevoegde waarde zijn.

Terug aan het werk
Na de behandeling volgt idealiter een route terug naar het werk. Werk heeft invloed op de psychische gezondheid van mensen en kan hieraan bijdragen. Wetenschappelijke inzichten ondersteunen het belang van (gedeeltelijke) werkhervatting in relatie tot herstel en versnelde duur tot volledige werkhervatting. Maar ook self-efficacy is van invloed op de werkhervatting. Het is belangrijk om te beseffen dat de weg die vooraf is afgelegd, bij de doorverwijzingen naar de diverse lagen en vormen van hulpverlening, al snel gepaard is gegaan met een zekere zelfstigmatisering bij de politiemedewerker. Deze heeft zich vaak min of meer verplicht gevoeld om alle goede raad op te volgen. Gaandeweg is het zelfvertrouwen afgenomen en is het gevoel zwak te zijn – en daarmee ongeschikt voor het politiewerk – gegroeid. Het is dus van belang om bij re-integratie aandacht te besteden aan het opbouwen van zelfvertrouwen, aan het inzetten van de eigen kwaliteiten en het werken aan realistische doelen. Medewerkers benadrukken in dit kader ook het belang van een vertrouwensband met de leidinggevende. De vertrouwensband kan bijdragen aan het durven doorbreken van de schaamte.

De teamchef
Al deze gedragscomponenten vragen een mensgerichte houding van de leidinggevende. Maar die houding staat op gespannen voet met de resultaatgerichte opstelling die de organisatie lijkt te vragen met de wens om ziekteverzuim terug te dringen en de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Poortwachter. Medewerkers ervaren daardoor (ongewenste) druk om snel te herstellen en terug te keren in het werk. Mensgerichtheid en resultaatgerichtheid kunnen echter hand in hand gaan en worden door de NP beide benoemd in het model van de verbindende politieleider. Het in gesprekken verduidelijken van wederzijdse verwachtingen kan bijdragen aan het wegnemen van veronderstelde verschillende belangen. Teamchefs constateerden verder dat zij weinig kennis hebben van PTSS als ziekte, maar ook van het proces dat de politie daaromheen heeft ingericht. Daar moet echt nog in geïnvesteerd worden. Ondersteuners geven tegelijkertijd aan dat er vaak nog sprake is van onvoldoende begrip van de zijde van leidinggevenden. Zij leggen hier ook het verband met onvoldoende kennis. Maar stellen tevens dat leidinggevenden nog te vaak uitgaan van het eigen referentiekader ten aanzien van wat verwacht mag worden van de collega in houding en gedrag. En dat het juist belangrijk is om daar waar eigen normen in opstand  komen, die opzij te kunnen zetten om niet in een conflict te belanden.

Aanbevelingen
Ik heb aanbevelingen gedaan op drie gebieden: Gedrag, Kennis & vaardigheden en Organisatie. Dan gaat het om zaken als mensgericht gedrag, kennis leidt tot beter begrip, werken aan vertrouwen en praktische ondersteuning – onder meer door inzet van een buddy –, suïcidepreventie, intervisie voor leidinggevenden, het voeren van ‘driegesprekken’ met de therapeut om te komen tot passende en herstelondersteunende re-integratie, bewustzijn op de werking van stigmatisering en het thema bespreekbaar maken en houden binnen het team. Voor de geïnteresseerden: ze zijn na te lezen in mijn thesis. Er is nog genoeg om te leren en in te investeren. Zodat we het als politieleiding (nog) beter kunnen doen. Uitingsvormen van stigmatisering kunnen geduid worden als een gebrek aan emotionele ondersteuning, empathie en respect. En dat is toch juist níet wat we willen uitstralen naar onze politiemedewerkers? De mensen die, waar anderen een stap terug doen, naar voren stappen. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de veiligheid van anderen. Het uit de weg ruimen van stigmatisering is een verantwoordelijkheid van de politieorganisatie als geheel. Daar moeten we aan blijven werken. We moeten onze vooroordelen binnen dit thema eens aan de kant zetten. Nee, het is geen modeverschijnsel. En het klopt, wat voor de één hooguit een vervelende situatie was, leidt bij de ander tot het ontstaan van PTSS. Daar hoeven we geen oordeel over te hebben, de diagnose is niet onze expertise. We hoeven alleen aan te nemen dat het zo is, en daar dan zorgvuldig mee omgaan. Ik sprak een psycholoog. Citaat: “Het is van belang om voldoende inlevingsvermogen te hebben en geen vergelijkingen te trekken met het eigen verwerkingsproces of referentiekader. Daar is geen maat voor. Als je streng bent voor jezelf – of iemand is streng voor jou geweest –, moet je dat dan dús ook voor de ander zijn? Of gun je diegene wel een goed en bestendig herstel?” Tot slot: ik denk dat de echte kern – die raakt aan liefde en compassie – niet altijd om te zetten is in woorden. Gelukkig kan een mens ook zó veel betekenen in daden.

Noot
https://www.politieacademie.nl/kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/ PDF/94851.PDF

Reageer