Serie Politiewerk anders – Wilco Berenschot

0

Ik wens te spreken over zelfbewuste en volwassen politiemensen…’, schreef Jaco van Hoorn in het redactioneel TvdP 2/18. Gelukkig zijn er al heel veel politiemensen die doen wat goed is en gewoon zeggen wat ze vinden.

Het leek de Website een aardig idee een aantal van die politiemensen aan het woord te laten. Om via hun verhalen te laten zien hoe zij enerzijds het doel strak voor ogen houden, maar anderzijds het vermogen hebben een situatie steeds op een nieuwe manier vanuit een ander perspectief te benaderen. Ze laten zich niet afleiden door belemmeringen die er in de politieorganisatie óók zijn.

De grote reorganisatie, van 26 korpsen naar 1, kon tot stand komen door centralisatie en efficiency, maar faciliteert onvoldoende bovenstaande noodzakelijke eigenschappen. Collega’s vertellen hoe zij hun ideeën in deze suboptimale situatie toch tot leven hebben gekregen.

Het is nu zaak voor de politieorganisatie om te leren van hun obstakels én hun vermogen er mee om te gaan, zodanig dat bedrijfsvoeringsprocessen, politieonderwijs en leiderschap ook daadwerkelijk wendbaarheid en creativiteit mogelijk maken. In de woorden uit het redactioneel: ‘Zo ontstaat een sfeer van samen verantwoordelijkheid nemen voor de doorontwikkeling van politiewerk.’

– Willemien Los, hoofd Bedrijfsvoering Eenheid ZWB

Wijkagent Wilco Berenschot:
“Steeds kom ik als wijkagent met iets nieuws, iets verrassends, om mijn drempel naar het publiek te verlagen. In de zomer open ik de Wandelende Wijktafel. Ik zet twee klapstoeltjes op een plek in de wijk en wie iets wil komen bespreken, is welkom. Ik spreek dan makkelijk tien mensen per uur. Agent Bijt Hond is ook zo’n manier. Ik bel aan bij een adres en vraag of ik bij de bewoner mijn boterhammen mag komen opeten. Mensen zijn blij verrast en heel open en dit levert mooie gesprekken op. Ik kom ook eenzame en bange mensen tegen. Of mensen met problemen. Die wijs ik de weg naar hulp, van buren of van instanties; soms kan ik zelf iets voor ze betekenen.”

“Sinds 2014 open ik pop-up politiebureaus (#PUP) in een leegstaand pand of kantoor. Mensen die het stoepbord zien staan, weten meteen dat de PUP open is en dat de #koffie klaarstaat, en komen makkelijk binnen. Voor een praatje of voor iets serieus. In die vertrouwelijke en informele sfeer vertellen ze me soms heftige dingen waar de recherche direct mee aan de slag kan. Iets waar ze soms al jaren mee rondlopen, maar waarvoor de stap naar het politiebureau te groot is.”

“Soms organiseer ik een Trimschouw. Dan zijn bewoners ook letterlijk actief bezig voor hun wijk. Samen, hardlopend, elkaar en je buurt beter leren kennen. Al doende leren ze om met andere ogen te kijken naar situaties die onveiligheid kunnen opleveren en wat ze daar zelf aan kunnen doen.

Verder kom ik graag op scholen. Je hoort onverwachte dingen van kinderen. Als ik ze vraag wat het verschil is tussen 0900 – 8844 en 112, zeggen ze dat je voor 0900 – 8844 moet betalen.”

“Ook op sociale media ben ik actief, waardoor veel mensen me ‘kennen’. Ik laat continu weten waar ik ben en wat ik doe. Als bewoners actief meedoen met een actie, komt dat niet zelden in de media.”

“Ik kan niet tegen onrecht. Als het moet, kies ik mijn eigen weg, langs de zijkant van de organisatie. De kracht van wat ik doe, zit in het tijdelijke karakter ervan. Als je een pop-up bureau te lang op één plaats laat bestaan, krijg je vaste klanten en klagers en hoor je weinig nieuws meer.”

“Omdat niet iedereen direct begrijpt wat het nut is van wat ik doe, zorg ik dat ik cijfers paraat heb. Resultaten. Welke gesprekken heb ik, welke afspraken komen hieruit voort en welke dekking heb ik met mijn lunchgesprekken.”

Bureaucratie
“Waar ik van baal, zijn de vele procedures en de bureaucratie binnen de organisatie. Veel ingrediënten voor mijn ideeën, zoals de koffie in de PUP, bekostig ik zelf, omdat er geen potje voor is. En in de PUP wil ik graag een laptop om op te telewerken. Helaas… het hebben en gebruiken van zo’n middel past niet in mijn profiel. In mijn functie is er geen ruimte voor extra beloning als je bovengemiddeld presteert. Ook dat is jammer.”

“En wat betreft BVCM (planning roosters e.d. red.): dat regelt het team zelf en onderling, waarbij we afstemmen op de mens en zijn omgeving. Voor mijn bereikbaarheid is BVCM niet van waarde. Ik wil in verbinding zijn, ook als ik iets zie of hoor op mijn vrije dag.

“Wat zou helpen, is als de organisatie flexibeler met de inhoud van de functie omgaat. En positief reageert op ideeën. Als er, vanuit vertrouwen, ruimte is voor dialoog. Zo wil ik niet naar een hogere functie, omdat ik dan ook hOvJ-diensten moet gaan draaien en de leiding in de praktijk ga vervangen. Daarmee kan ik dan niet meer doen waar ik goed in ben: wijkagent en ambassadeur van het korps zijn. Ook moeten we af van het trekken aan mensen. Je moet ze niet dwingen in een keurslijf. Laat ze rustig van rups naar vlinder ontwikkelen.”

“Sinds elf jaar ben ik wijkagent en het is fijn om collega’s te inspireren en te coachen, mijn ervaring en kennis met ze te delen. Door mijn netwerk ben ik trouwens ook gevraagd om een groep buiten de politie te gaan coachen. Daarvoor ben ik toen maar een bedrijfje gestart.”

“Wat mijn grootste talent is? Misschien dat ik geen schroom heb. Ik praat even makkelijk voor 400 man als met een klein jongetje op straat dat bang is voor de politie. Verder ben ik energiek en volhardend. Als ik iets in mijn hoofd heb, dan komt het er ook. Verbinden, dat is wat ik doe. Vanuit liefde elkaar aanraken en het verschil maken.”

Reageer